Wetboek ZuiderVeen
Alle wetten en regels zijn van toepassing binnen ZuiderVeen. Bij verandering van de regels na het tijdstip waarop de regels zijn overtreden, worden de voor de overtreder meest gunstige bepalingen toegepast. Aanpassingen zullen altijd publiekelijk worden aangepast en onderaan in het wetboek onder ‘aanpassingen wetgeving’ worden vermeld.
Alle vastgestelde regels in het wetboek staan ondergeschikt aan de vastgestelde regels in de APV van ZuiderVeen.
Dit wetboek is enkel voor recreatief gebruik binnen ZuiderVeen.
Algemene bepalingen
Artikel 1: Reikwijdte
Een ieder die zich in de stad ZuiderVeen bevindt dient zich te houden aan de wetten en regelgeving beschreven in het Wetboek ZuiderVeen. Het is aan elke burger om de wet te kennen en wijzigingen in de gaten te houden.
Artikel 2: Strafbepaling
Straffen zijn vastgesteld en opgenomen per artikel. De straffen in dit wetboek zijn:
- Waarschuwing
- Taakstraf
- Celstraf
- Inbeslagname en/of invordering
- Rijontzegging
- Geldboetes
Straffen kunnen in combinatie met elkaar zijn.
Bij meerdere strafbare feiten waarbij de straf een combinatie vormt van een celstraf en een taakstraf, zal de ambtenaar beslissen welke straf hiervoor komt. Om een celstraf om te zetten en vice versa, geldt de volgende vuistregel:
| Originele straf | Omgezet |
|---|---|
| 5 uur taakstraf | 1 maand celstraf |
| 1 maand celstraf | 5 uur taakstraf |
- De bovengenoemde straffen kunnen ook in combinatie opgelegd worden, afhankelijk van het gepleegde strafbaar feit.
- Indien er sprake is van meerdere slachtoffers van een geweldsdelict, dan wordt er voor elk slachtoffer 25% van de oorspronkelijke straf bij de uiteindelijke straf toegevoegd. Dit met uitzondering van Artikel 8: Gijzeling.
- Een verdachte(n) kan enkel straffeloos in vrijheid gesteld worden na de vastgestelde overtreding en/of strafbaar feit indien er vanuit de politie een procedurefout wordt vastgesteld welke het leven van de verdachte(n) in het geding brengt en/of mogelijk schade kan aanbrengen.
- 3.1. Wel van toepassing; bijv. verdachte transportboeien aanleggen tijdens een actief vuurgevecht.
- 3.2. Niet van toepassing; bijv. de gordel van verdachte niet omdoen of aangeven dat hij/zij op het hoofd moet letten bij het instappen dienstvoertuig.
- Indien de politie een procedurefout begaat wordt er bemiddeld tot strafvermindering, deze is afhankelijk van het vormverzuim en wordt door de politie in overleg met de advocaat bepaald. Maximale strafvermindering is 20% van de totale straf.
- 4.1 Procedurefouten:
- 4.1.1. Vergeten te zeggen waarvoor verdachte aangehouden is, zwijgrecht, recht op advocaat of autogordel om-/afdoen.
- 4.1.2. Niet verlenen van medische zorg of verstrekken van voedsel indien noodzakelijk.
- 4.1 Procedurefouten:
- De celstraffen die uitgeschreven worden zullen in maanden zijn. Deze zijn in werkelijkheid minuten uitgedeeld. 50 maanden = 50 minuten.
- Als er bij een strafeis zowel een taakstraf als gevangenisstraf staat geëist, is het aan de ambtenaar in kwestie om te bepalen welke straf er wordt geëist.
- Een (H)OvJ mag altijd beslissen om een straf om te zetten naar een taakstraf als celstraf.
Artikel 3: Toetsing rechtmatigheid
Elke verdachte, behalve degene die zich schuldig maakt (poging) tot uitbraak of medeplichtigheid (zie Wet Penitentiaire Inrichtingen) heeft recht op een advocaat. Wanneer een verdachte vraagt om een advocaat, dient de politie hierin gehoor te geven door een advocaat op te roepen in de stad of via Discord. Als er een advocaat beschikbaar is, wordt deze geacht de verdachte bij te staan. De Advocaat heeft 10 minuten na oproep om te melden dat deze onderweg is.
Als een verdachte om een advocaat vraagt, kan de aanhouding ook getoetst worden door een Hulpofficier van Justitie. De Hulpofficier van Justitie is een medewerker van de politie die minstens de rang Inspecteur draagt. De HovJ toetst of de aanhouding rechtmatig is en bepaalt de strafeis. De Hulpofficier van Justitie komt er alleen bij als deze beschikbaar is, anders wordt de afhandeling behandeld door een andere medewerker van de politie.
Wanneer een verdachte het oneens is met de bepaling van de Hulpofficier van Justitie kan deze in bezwaar gaan via de Overheid Discord door een ticket aan te maken. Vervolgens zal het bezwaar in behandeling worden genomen door de Officier van Justitie, die een eindoordeel maakt. Dat oordeel staat vast en daartegen kan niet in beroep worden gegaan.
Artikel 4: Strafblad
- Straffen in vorm van celstraffen kunnen leiden tot een aantekening en/of strafblad dat in het MEOS wordt vastgelegd.
- Wanneer een nieuwe overtreding en/of misdrijf wordt begaan, wordt de resterende tijd terug gezet naar de datum van de laatst opgelegde celstraf.
Artikel 5: Openstaande boetes
Bij een aanhouding en/of staandehouding kan er gekeken worden naar de openstaande boetes. Bij een openstaand totaal bedrag van €20.000,- wegens overtredingen/misdrijven kan de verdachte worden gedwongen tot betaling van de boetes;
- Boetebedrag kan worden afgedwongen middels celstraf. Per 1.000 euro 2 maanden gevangenisstraf.
- Bij het uitzitten van de straf zal de openstaande boete niet komen te vervallen.
Medewerkers van politie met als functie Inspecteur en hoger staan in hun recht bankgegevens van de persoon op te vragen indien die aangeeft geen betaling te kunnen verrichten. Het is niet mogelijk om een betalingsregeling te treffen. Het is de ambtenaar toegestaan af te wijken van directe betaling afhankelijk van persoonlijke omstandigheden van die persoon, welke de ambtenaar dient te kunnen verantwoorden.
Artikel 6: Medeplichtig
-
Als medeplichtige aan een strafbaar feit kun je worden gestraft indien;
- 1.1. opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft worden tot het plegen van een misdrijf.
- 1.2. opzettelijk hulp verschaft wordt of een bewuste samenwerking bij het plegen van een misdrijf.
-
De medeplichtige wordt gestraft door de vastgestelde straf (gevangenisstraf of taakstraf) gedeeld door 3 te doen. Indien er geen rond getal uit de berekening komt wordt het aantal naar beneden afgerond naar het eerste ronde getal.
- 2.1. Voorbeeld; vastgestelde straf doodslag is 60 maanden. Een medeplichtige wordt met 60:3 gestraft = 20 maanden gevangenisstraf.
- 2.2. Zou de vastgestelde straf 83 maanden zijn wordt de medeplichtige gestraft met 83:3 = 27,6 maanden. Dit wordt omlaag afgerond dus de celstraf bedraagt 27 maanden.
Artikel 6a: Medeplegen
Als medepleger van een strafbaar feit kun je worden gestraft indien je samen met een ander het misdrijf uitvoert of daar een wezenlijke en bewuste bijdrage aan levert. Het verschil met iemand die bestraft wordt volgens artikel 6 (medeplichtig) is de grootte van bijdrage, namelijk substantieel.
De medepleger wordt in principe gestraft alsof hij het feit zelf heeft gepleegd. Dit betekent dat de strafmaat maximaal gelijk is aan die voor de hoofddader, maar deze kan ook lager zijn.
Politiewet
Artikel 1: Taak van de politie (Artikel 3 Politiewet 2012)
Artikel 3 van de Politiewet 2012 luidt als volgt:
“De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.”
Kortom, in artikel 3 politiewet staat beschreven wat de taak is van een politieagent.
Artikel 2: Gezag (Artikel 7 Politiewet 2012)
De ambtenaar van politie is bevoegd tijdens rechtmatige werkzaamheden geweld of vrijheidsbeperkende middelen te gebruiken, indien dit aan de volgende eisen voldoet:
- Het beoogde doel kan niet op andere wijze worden bereikt.
- Er wordt rekening gehouden met de aan geweld verbonden gevaren.
- Indien mogelijk waarschuwt de ambtenaar voorafgaand aan het gebruik van geweld.
- Het gebruikte geweld wordt redelijk en gematigd gebruikt.
Artikel 3: Geweldsmiddelen
De ambtenaar van politie is bevoegd onderstaande geweldsmiddelen te gebruiken volgens de wijze van artikel 2 genoemd. Een uitzondering is de Dienst Speciale Interventies, Dienst Landelijke Recherche en het AOT (Arrestatie & Ondersteuningsteam), de richtlijnen van dienstwapens bij specialistische diensten worden niet in het Wetboek ZuiderVeen verwerkt. Daarvoor zijn interne richtlijnen vastgesteld.
Vuurwapen:
- Een persoon die een voor onmiddellijk gebruik gereed vuurwapen heeft of aanstonds ander levensbedreigend geweld dreigt te gaan gebruiken tegen personen.
- Om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding poogt te onttrekken of heeft onttrokken voor strafbaar feit boven de 30 maanden gevangenisstraf.
- Om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.
Stroomstootwapen:
- Een persoon die een voor onmiddellijk gebruik gereed wapen bij zich heeft of aanstond ander geweld dreigt te gaan gebruiken tegen personen.
- Om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding poogt te onttrekken of heeft onttrokken.
- Om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.
Wapenstok:
- Een persoon die een voor onmiddellijk gebruik gereed wapen bij zich heeft of aanstond ander geweld dreigt te gaan gebruiken tegen personen.
- Om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding poogt te onttrekken of heeft onttrokken.
- Om een persoon op afstand te houden die de ambtenaar in dienst taakuitoefening belemmert of geen gehoor geeft aan een bevoegd gegeven bevel of vordering.
- Ter verspreiding van groepen personen die een onmiddellijke bedreiging vormen voor de openbare orde.
- Om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.
Artikel 4: Binnentreden (Artikel 2 lid 3 Algemene wet op binnentreden)
De ambtenaar heeft toegang tot elke plaats, inclusief een woning, voor zover dat hulpverlening betreft. Daarnaast kan een ambtenaar met de volgende redenen toetreden:
Een ambtenaar mag een gesloten gebouw op privéterrein alleen binnengaan als daar een geldige wettelijke grond voor is:
-
Met toestemming
Als de eigenaar/bewoner toestemming geeft. -
Politie bij heterdaad
Als er een misdrijf bezig is of net is gepleegd (bijv. inbraak, geweld). -
Politie met machtiging (Awbi)
Bij geen spoed, maar wel wettelijke reden (bijv. aanhouding, doorzoeking). Meestal is een schriftelijke machtiging nodig. -
Bij noodsituatie of direct gevaar
Bijvoorbeeld brand, gaslek, iemand in levensgevaar.
Politie/brandweer/ambulance mag dan direct naar binnen. -
Toezichthouders bij wettelijke controle
Gemeente, NVWA, inspecties mogen controleren.
Artikel 5: Vorderen identiteitsbewijs (Artikel 8 Politiewet)
De ambtenaar van politie is bevoegd tot het vorderen van inzage van een identiteitsbewijs (identiteitskaart of rijbewijs), voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van de politietaak.
Artikel 6: Staande houden
Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd de identiteit van de verdachte vast te stellen en hem daartoe staande te houden. Dit geldt ook voor weggebruikers.
Artikel 7: Aanhouden
Aanhouden op heterdaad:
- In geval van ontdekking op heterdaad is de opsporingsambtenaar bevoegd een verdachte aan te houden.
- Heterdaad betreft: tijdens het plegen van een strafbaar feit of kort daarna. Het kan ook heterdaad zijn als het onderzoek onafgebroken en actief is doorgegaan na het plegen van een strafbaar feit tot maximaal 1 uur erna.
Aanhouden buiten heterdaad:
- In gevallen buiten heterdaad is het de opsporingsambtenaar toegestaan een verdachte aan te houden indien deze gesignaleerd staat in het MEOS-systeem.
- In andere gevallen, buiten heterdaad, is een schriftelijk bevel van de Minister van Justitie en Veiligheid of de korpsleiding nodig.
Artikel 8: Fouilleren
De politie is in onderstaande gevallen bevoegd een fouillering uit te voeren:
- Identiteitsfouillering: de ambtenaar van politie is bevoegd een staande- of aangehouden verdachte aan zijn kleding te onderzoeken, alsmede voorwerpen die hij bij zich draagt of met zich mee voert (tas, voertuig, etc.), indien dat noodzakelijk is voor de vaststelling van zijn identiteit.
- Veiligheidsfouillering: de ambtenaar van politie is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van personen en het onderzoek van voorwerpen die de personen bij zich dragen of met zich voeren (tas, voertuig, etc.) in de uitoefening van de politietaak.
- Bovengenoemde enkel indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat er een onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid van de ambtenaar zelf of derden.
- Wet Wapens en Munitie / Opiumwet: de ambtenaar van politie is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding en het onderzoek van voorwerpen die de verdachte bij zich draagt of met zich voert indien de verdachte verdacht wordt van een strafbaar feit uit de Wet Wapens en Munitie of Opiumwet.
- Douane Fouillering: de ambtenaar van politie is bevoegd personen die de grens passeren, zie onderstaand voor toelichting op het begrip ‘grens’, te onderzoeken aan de kleding en onderzoek van voorwerpen die de persoon bij zich draagt of met zich mee voert.
- Onder het grensgebied vallen de grensposten bij knooppunt C en S, plezierhaven, grote haven, kleine haven en luchthavens.
- De toepassing van douane fouillering en controlebevoegdheden is nader geregeld in de Wet Douane & Grenscontrole.
Artikel 9: Inbeslagname
Vatbaar voor inbeslagname:
- Een voorwerp dat verboden is gesteld in het Wetboek ZuiderVeen.
- Full color hesjes van verboden motorclubs.
Vatbaar voor inbeslagname (verkeer):
- Artikel 9.1: Een voertuig dat direct betrokken is bij een overval wordt in beslag genomen voor 1 dag.
- Artikel 9.2: Een voertuig dat 30 of meer illegale middelen vervoert wordt in beslag genomen voor 1 dag.
- Artikel 9.3: Een voertuig dat direct betrokken is bij een ontvoering wordt in beslag genomen voor 2 dagen.
- Artikel 9.4: Een voertuig dat 100% boven de toegestane snelheid rijdt wordt in beslag genomen voor geen tijd.
- Artikel 9.5: Een voertuig waarmee/waaruit geschoten wordt, wordt in beslag genomen voor 2 dagen.
- Artikel 9.6: Een voertuig dat direct betrokken is bij een strafbaar feit volgens MEOS categorie 3 wordt in beslag genomen voor 2 dagen.
- Artikel 9.7: Een voertuig dat rondrijdt met een verlopen APK of een actieve WOK-status + waarschuwing wordt in beslag genomen voor 1 dag.
Artikel 10: Binnentreden en doorzoeken
Ter hulpverlening of noodsituaties:
- De ambtenaar van politie is bevoegd ter hulpverlening of ter afwending van gevaar voor het leven of veiligheid van personen of goederen elke plaats te betreden.
Binnentreden en doorzoeken ter aanhouding:
- De ambtenaar van politie is bevoegd ter aanhouding op heterdaad en buiten heterdaad elke plaats te betreden.
Binnentreden en doorzoeken ter inbeslagname:
- De ambtenaar is bevoegd elke plaats te doorzoeken ter inbeslagname indien hij zich aan de gestelde wet- en regelgeving houdt.
- De ambtenaar is enkel bevoegd een woning te doorzoeken ter inbeslagname, indien hij daartoe een machtiging van de Officier van Justitie heeft.
Artikel 11: Bevoegdheden in het verkeer
De ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak is bevoegd onderstaande bevoegdheden uit te oefenen in het verkeer:
- Stopteken middels een stopmatrix (stopbord), zwaailicht met versnelde geluidssignalen indien het stopmatrix ontbreekt op dat dienstvoertuig. Niet hieraan voldoen is strafbaar gesteld in art. 8 Wegenverkeerswet.
- Vordering van een rij- en kentekenbewijs.
- Controle van de rij-technische staat van een voertuig.
Wet op de identificatieplicht
Overheden, waaronder ambtenaren, dienen te allen tijde de identiteit van een persoon vast te kunnen stellen indien dit noodzakelijk is voor de taakuitvoering.
Artikel 1: Toonplicht
Een ieder is verplicht om op eerste vordering van een opsporingsambtenaar een geldig identiteitsbewijs te tonen.
Indien hier niet aan wordt voldaan kan dit worden bestraft met een geldboete van €2.500,-
Artikel 2: Vaststelling identiteit
Indien de identiteit van een persoon niet vastgesteld kan worden, wordt de persoon gefouilleerd. De ambtenaar mag de persoon aan de kleding fouilleren, in tassen kijken en in het dashboardkastje van een voertuig zoeken naar een identiteitsdocument.
Indien na deze fouillering de identiteit nog steeds niet vastgesteld is, wordt de persoon aangehouden en overgebracht naar een politiebureau ter vaststelling van de identiteit. Hier worden vingerafdrukken genomen en kan, indien noodzakelijk onder dwang, de identiteit achterhaald worden.
Wetboek van Strafrecht
Artikel 1: Diefstal
Hij die enig goed dat geheel of deels eigendom van een ander is wegneemt (steelt), met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt bestraft met een geldboete en/of gevangenisstraf.
Poging tot diefstal zal bestraft worden met een geldboete van €3.500,-
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 uur | €6.000,- | |
| Tweede veroordeling | 35 uur | €8.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 20 maanden | €11.000,- |
Artikel 1a: Gekwalificeerde diefstal (inbraak, diefstal voertuig) (311 SR)
Hij die enig goed dat geheel of deels eigendom van een ander is wegneemt in situaties gecombineerd met onderstaand genoemde gevallen. Dit met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, maakt zich schuldig aan gekwalificeerde diefstal en wordt gestraft met een geldboete en gevangenisstraf.
Gekwalificeerde diefstal is van toepassing bij:
- Braak, verbreking, inklimming (inbraak)
- Diefstal voer-/vaartuig of luchtvaartuig
- Diefstal gepleegd in vereniging (door twee of meer personen)
Poging tot gekwalificeerde diefstal zal bestraft worden met een geldboete van €4.500,-
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 35 uur | €9.000,- | |
| Tweede veroordeling | 20 maanden | €12.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 30 maanden | €15.000,- |
Artikel 1b: Diefstal met geweld/Overval (312 SR)
Met onderstaande gevangenisstraf en een geldboete wordt gestraft diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, oftewel een overval op een burger.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 30 maanden | €20.000,- | |
| Tweede veroordeling | 50 maanden | €25.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 70 maanden | €30.000,- |
Artikel 2: Afpersing (317 SR)
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingt hetzij tot de afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld, hetzij tot het ter beschikking stellen van gegevens, wordt, als schuldig aan afpersing, gestraft met gevangenisstraf en/of geldboete.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 uur | €8.000,- | |
| Tweede veroordeling | 30 uur | €8.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 20 maanden | €8.000,- |
Artikel 3: Afdreiging / chantage (318 SR)
Afdreiging is een specifiek misdrijf dat verwant is aan diefstal. Bij afdreiging dreigt u met iets. Het doel van het dreigen is dat u via de dreiging iets probeert te verkrijgen van het slachtoffer.
- Een persoon die gegevens of goederen opeist van een derde door dreigingen met smaad en/of openbaring van een geheim zonder daarvoor geweld element te gebruiken.
- Een persoon die een actie forceert of eist van een derde door dreigingen met smaad en/of openbaring van een geheim.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 uur | €6.000,- | |
| Tweede veroordeling | 20 maanden | €10.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 25 maanden | €15.000,- |
Artikel 4: Heling (416 SR)
Heling is het afnemen, verkopen of verhandelen van hetgeen iemand anders door een misdrijf verkregen heeft. De gestolen goederen zijn vaak van diefstal afkomstig.
Ook is strafbaar, degene die een (gestolen) goed koopt waarvan hij redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat het goed van diefstal afkomstig was.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 10 uur | €7.500,- | |
| Tweede veroordeling | 30 uur | €7.500,- | |
| Meerdere veroordelingen | 14 maanden | €7.500,- |
Artikel 5: Verduistering (321 SR)
Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toe-eigent, wordt als schuldig aan verduistering gestraft met een gevangenisstraf. Denk hierbij aan het tot u nemen van gelden van het bedrijf waar u voor werkt of het tot u nemen van een telefoon wat u te leen heeft en niet meer terug brengt.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | €7.000,- | ||
| Tweede veroordeling | 10 uur | €7.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 20 uur | €7.000,- |
Artikel 6: Deelneming criminele organisatie
Schuldig is een persoon die deelneemt aan, steun verleent aan, of gelieerd is aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 70 maanden | €30.000,- | |
| Tweede veroordeling | 80 maanden | €30.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 90 maanden | €30.000,- |
Artikel 7: Verzet / Wederspannigheid (180 SR)
Een persoon maakt zich schuldig aan wederspannigheid wanneer hij/zij zich met geweld verzet tegen een ambtenaar die werkzaam is in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar functie.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 uur | €5.500,- | |
| Tweede veroordeling | 30 uur | €6.500,- | |
| Meerdere veroordelingen | 40 uur | €8.000,- |
Artikel 8: Gijzeling (282 SR)
Een gijzeling is wederrechtelijke vrijheidsberoving van een persoon, waarbij deze bedreigd wordt met het doel iets van derden gedaan te krijgen. Gijzeling zal gestraft worden met een gevangenisstraf en een boete.
Wanneer de gegijzelde een ambtenaar betreft zal de straf verhoogd worden met 20 maanden bovenop de huidige straf en de boete met €5.000,-
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 30 maanden | €15.000,- | |
| Tweede veroordeling | 40 maanden | €20.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 45 maanden | €25.000,- |
Artikel 9: Doodslag (287 SR)
Hij die opzettelijk een ander van het leven beroofd zonder voorbedachte rade zal bestraft worden met een gevangenisstraf.
Wanneer het slachtoffer een ambtenaar betreft zal de straf verhoogd worden met 20 maanden bovenop de huidige straf en de boete met €5.000,-
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 35 maanden | €15.000,- | |
| Tweede veroordeling | 45 maanden | €20.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 55 maanden | €25.000,- |
Artikel 9a: Dood door schuld (307 SR)
Hij door wiens schuld een ander te overlijden is gekomen maakt zich strafbaar aan dood door schuld en zal gestraft worden met een gevangenisstraf en/of geldboete. Hier is geen sprake van opzet, maar een ongeluk waarbij de dader duidelijk roekeloos/nalatig is geweest.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 30 maanden | €10.000,- | |
| Tweede veroordeling | 40 maanden | €15.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 55 maanden | €20.000,- |
Artikel 9b: Poging tot doodslag (287 SR)
Hij die opzettelijk probeert een ander van het leven te ontnemen maar hier niet in slaagt zal gestraft worden met een gevangenisstraf en een boete.
Poging tot doodslag op een ambtenaar komt een verhoging bij van 15 maanden de boete naar €13.300,-
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 maanden | €10.000,- | |
| Tweede veroordeling | 25 maanden | €10.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 35 maanden | €10.000,- |
Artikel 10: Moord
Hij die opzettelijk een ander van het leven beroofd door middel van voorbereiding, op korte of lange termijn en dit ten uitvoer brengt, zal gestraft worden met een gevangenisstraf.
Als de moord een ambtenaar in kwestie betreft, wordt de eis verhoogd met 15 maanden en €5.000,-
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 60 maanden | €15.000,- | |
| Tweede veroordeling | 70 maanden | €20.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 90 maanden | €30.000,- |
Artikel 10a: Poging tot moord
Hij die opzettelijk een ander van het leven probeert te beroven door middel van voorbereiding en dit ten uitvoer bracht, maar er niet in geslaagd is, zal gestraft worden met een gevangenisstraf.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 30 maanden | €10.000,- | |
| Tweede veroordeling | 35 maanden | €12.500,- | |
| Meerdere veroordelingen | 45 maanden | €15.000,- |
Artikel 11: Mishandeling
Hij die opzettelijk een ander (slachtoffer) enig lichamelijk dan wel geestelijk letsel toedient.
- Met mishandeling wordt gelijkgesteld het opzettelijk benadelen van de gezondheid.
- Bij het mishandelen van een ambtenaar wordt de straf verhoogd met 15 maanden.
- Naast de opgelegde gevangenisstraf zal de dader het slachtoffer moeten vergoeden.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 30 uur | €7.000,- | |
| Tweede veroordeling | 50 uur | €9.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 20 maanden | €12.000,- |
Artikel 12: Zware mishandeling
Hij die opzettelijk een ander (slachtoffer) enig lichamelijk dan wel geestelijk zwaar letsel toedient.
- Wanneer letsel ernstig is waarbij behandeling in het ziekenhuis vereist is.
- Bij het mishandelen van een ambtenaar wordt de straf verhoogd met 15 maanden.
- Naast de opgelegde gevangenisstraf zal de dader het slachtoffer moeten vergoeden.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 40 uur | €6.000,- | |
| Tweede veroordeling | 20 maanden | €8.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 30 maanden | €10.000,- |
Artikel 13: Vernieling
Hij die opzettelijk enige goed van de gemeente of een ander schade aanbrengt met of zonder een object en/of voertuig is strafbaar aan vernieling. Voorbeeld hiervan is roekeloos rijgedrag waarbij een lantaarnpaal omver gereden wordt en/of andere objecten.
Voorbeeld hiervan kunnen zijn:
- Het opzettelijk op een voertuig inrijden om het voertuig schade toe te dienen.
- Tijdens het vluchten van politie aldus roekeloos rijden waarbij schade aan gemeentelijke eigendommen wordt verricht. Denk aan onder andere: paaltjes, verkeersborden en bushokjes.
- Het vernielen met een object van gemeente of andermans eigendommen, bewust of onbewust
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 uur | €6.000,- | |
| Tweede veroordeling | 30 uur | €8.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 15 maanden | €12.000,- |
Artikel 14: Belediging
Hij die opzettelijk iemand beledigd middels een afbeelding of tekst, ofwel indien de beledigde aanwezig is mondeling of door feitelijkheden (voorbeeld; middelvinger opsteken), ofwel door een toegezonden geschrift of afbeelding (voorbeeld; twitter/instagram media), maakt zich schuldig aan belediging.
Per belediging mag de sanctie opnieuw worden uitgeschreven, tot een maximum van drie keer.
| Strafbaar feit | Boete |
|---|---|
| Gericht tegen een burger | €3.500,- |
| Gericht tegen een ambtenaar in rechtmatige uitoefening van zijn functie | €8.000,- |
Artikel 15: Bedreiging
Bedreiging met onderstaande feiten wordt gestraft met een gevangenisstraf, taakstraf of geldboete uit onderstaand schema:
- openbare geweldpleging tegen personen of goederen
- misdrijven tegen het leven gericht
- zware mishandeling
- brandstichting.
Indien dit strafbare feit gericht is tegen de ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn functie wordt de straf verhoogd, zie onderste tabel.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Gericht tegen een burger | 15 uur | €3.600,- | |
| Gericht tegen een ambtenaar | 25 uur | 15 maanden | €8.000,- |
Artikel 16: Verstoring van de openbare orde
Hij die zich in de openbare ruimte, dan wel op voor het publiek toegankelijke plaatsen, schuldig maakt aan gedrag dat de openbare orde verstoort, dan wel redelijkerwijs kan verstoren, maakt zich schuldig aan verstoring van de openbare orde.
Onder verstoring van de openbare orde wordt mede verstaan, doch niet uitsluitend: het veroorzaken van hinder, overlast of onrust, het schreeuwen, intimideren of provoceren van personen, het hinderen van de doorgang, het niet opvolgen van rechtmatige bevelen of vorderingen, alsmede ieder ander gedrag dat de rust, veiligheid of het ordelijk verloop van het openbare leven aantast.
Overtreding van dit artikel wordt bestraft met een geldboete van €4.500,-
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 30 uur | €4.500,- | |
| Tweede veroordeling | 50 uur | €4.500,- | |
| Meerdere veroordelingen | 60 uur | 15 maanden | €4.500,- |
Artikel 17: Openlijke geweldpleging
Zij die in het openbaar, in vereniging, geweld plegen tegen personen of goederen, maken zich schuldig aan openlijke geweldpleging.
Onder geweld wordt verstaan iedere vorm van fysiek optreden tegen personen of goederen, waaronder mede begrepen het slaan, schoppen, duwen, trekken, gooien van voorwerpen, alsmede het vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van goederen.
Van in vereniging plegen is sprake indien het geweld wordt gepleegd door twee of meer personen die gezamenlijk optreden, ongeacht de mate van individuele betrokkenheid, mits sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking.
Het feit is strafbaar, ongeacht of het geweld heeft geleid tot lichamelijk letsel dan wel materiële schade.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 25 uur | €5.000,- | |
| Tweede veroordeling | 40 uur | €8.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 50 uur | €10.000,- |
Artikel 18: Baldadigheid (straatschenderij)
Hij die op de weg of een openbare plaats tegen personen of goederen baldadigheid pleegt waardoor er gevaar of nadeel kan ontstaan, wordt schuldig aan straatschenderij en wordt gestraft met een geldboete van €3.500,-
Artikel 19: Openbare dronkenschap
Hij die zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevindt, wordt gestraft met een geldboete van €1.860,-.
Artikel 20: Orde verstoren in staat van dronkenschap
Hij die in staat van dronkenschap het verkeer belemmert of de orde verstoort, of iemand anders veiligheid bedreigt, maakt zich schuldig aan openbare dronkenschap en wordt gestraft met een geldboete van €1.860,-.
Artikel 21: Niet voldoen aan bevel/vordering
Hij die door de ambtenaar gevorderd wordt, dient mee te werken aan deze vordering. Eén vordering is voldoende om dit artikel toe te passen.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 uur | 10 maanden | €6.000,- |
| Tweede veroordeling | 30 uur | 15 maanden | €8.000,- |
| Meerdere veroordelingen | 40 uur | 20 maanden | €10.000,- |
Artikel 22: Doen van valse aangifte
Hij die aangifte doet dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is, wordt gestraft met een gevangenisstraf van 40 maanden of een geldboete van €15.000,-.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 uur | 10 maanden | €5.000,- |
| Tweede veroordeling | 30 uur | 15 maanden | €7.000,- |
| Meerdere veroordelingen | 40 uur | 20 maanden | €8.000,- |
Artikel 23: Voorhanden hebben van inbraakwerktuigen
Hij die enig werktuig, bestemd of kennelijk geschikt voor het plegen van inbraak, diefstal of poging daartoe, bij zich draagt en/of voorhanden heeft, kan te allen tijde staande worden gehouden. Onder inbraakwerktuigen worden mede verstaan, doch niet uitsluitend: lockpicks, lopers (sleutels), breekijzers, schroevendraaiers, tangen, bump keys en overige hulpmiddelen die naar hun aard of omstandigheden geschikt zijn voor het forceren of openen van afsluitingen.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 10 uur | €3.500,- | |
| Tweede veroordeling | 18 uur | €4.500,- | |
| Meerdere veroordelingen | 26 uur | €5.500,- |
Artikel 24: Verboden toegang voor onbevoegden
Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich op andermans grond waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden, wordt gestraft met een geldboete van €2.500,-.
Artikel 25: Geldige verklaring herkomst contanten
-
Wanneer er tijdens aanhouding van een persoon door een ambtenaar een geldbedrag, hoger dan €11.000,- aan contanten aangetroffen wordt bij die persoon, zal er om geldige verklaring van herkomst worden gevraagd.
-
Wanneer deze verklaring niet bewijsbaar of redelijkerwijs aannemelijk is, dan heeft de ambtenaar de bevoegdheid dit bedrag in beslag te nemen voor onderzoek.
-
Wanneer uit onderzoek blijkt, volgend op de inbeslagname, zoals bedoeld in lid 2, geen criminele herkomst kan aantonen, dan is de ambtenaar gemaand tot restitutie.
-
Wanneer uit onderzoek blijkt, volgend op de inbeslagname zoals bedoeld in lid 2, criminele herkomst aantoont, dan zal de in beslag genomen som vernietigd worden.
| Hoeveelheid | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| €1 - €5.000 | 5 uur | €7.500,- | |
| €5.001 - €10.000 | 15 uur | €10.000,- | |
| €10.001 - €50.000 | 30 uur | €15.000,- | |
| €50.001 - €150.000 | 50 uur | 15 maanden | €20.000,- |
| €150.001 - €300.000 | 60 uur | 25 maanden | €25.000,- |
| €300.001 + | 80 uur | 40 maanden | €35.000,- |
Artikel 26: Terroristisch misdrijf (134a SR en 142a SR)
Onder een terroristisch misdrijf of een terroristische daad wordt verstaan: het oogmerk om de bevolking, of een gedeelte daarvan, ernstige angst aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen iets te doen, na te laten of te dulden. Tevens valt hieronder het ernstig ontwrichten of vernietigen van de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of internationale organisatie.
- Schuldig is een persoon die zichzelf of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen of informatie verschaft, of tracht te verschaffen, met het doel een terroristisch misdrijf te plegen, dan wel een misdrijf dat dient ter voorbereiding of vergemakkelijking daarvan. Hieronder valt ook het verwerven van kennis of vaardigheden voor dergelijke doeleinden, of het aanleren daarvan aan een ander.
- Schuldig is een persoon die een voorwerp verzendt, achterlaat of plaatst op een al dan niet publiek toegankelijke locatie en dit tot ontploffing brengt met het oogmerk een terroristische daad te plegen.
- Schuldig is een persoon die een voorwerp verzendt, achterlaat of plaatst, of gegevens doorgeeft, met het doel een ander ten onrechte te laten geloven dat hierdoor een ontploffing kan worden veroorzaakt.
- Een veroordeling op grond van dit artikel sluit verdere strafvervolging of veroordeling voor andere strafbare feiten niet uit, tenzij dit strijdig is met het Ne bis in idem-beginsel zoals opgenomen in artikel A10 - Algemene rechtsbeginselen.
- Bij een veroordeling op basis van lid 3 wordt de straf met 33% verminderd.
- Bij medeplichtigheid wordt de straf met 50% verminderd.
- Toepassing van dit artikel kan uitsluitend plaatsvinden met toestemming van een (H)OvJ of een rechter.
| Aantal keer | Celstraf | Boete |
|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 120 maanden | €50.000,- |
| Tweede veroordeling | 120 maanden | €60.000,- |
| Meerdere veroordelingen | 120 maanden | €80.000,- |
Artikel 26: Huisvredebreuk (138 SR)
Schuldig is degene die wederrechtelijk een woning, besloten lokaal of erf dat bij een ander in gebruik is binnendringt, of die daar zonder toestemming verblijft en zich niet onmiddellijk verwijdert na een vordering van of namens de rechthebbende.
Eveneens schuldig is degene die zich toegang heeft verschaft door middel van braak, inklimming, lockpicks, een valse opdracht of een vals kostuum.
Ook iemand die zonder medeweten van de rechthebbende, anders dan door vergissing, binnenkomt en tijdens de voor de nachtrust bestemde uren wordt aangetroffen, wordt geacht wederrechtelijk te zijn binnengedrongen.
| Aantal keer | Taakstraf | Boete |
|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 15 uur | €3.000,- |
| Tweede veroordeling | 25 uur | €5.000,- |
| Meerdere veroordelingen | 35 uur | €7.000,- |
Artikel 27: Valselijk uitgeven als ambtenaar (326 SR)
Een persoon is strafbaar als hij zich voordoet als een ambtenaar in functie, zoals een politieagent, handhaver of andere overheidsfunctionaris, met het doel gezag uit te oefenen, mensen te misleiden of voordeel te behalen.
Ook het dragen van uniformen, insignes of het uitvoeren van handelingen alsof men bevoegd is, valt hieronder.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 40 uur | €8.500,- | |
| Tweede veroordeling | 80 uur | €11.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 30 maanden | €14.500,- |
Artikel 28: Klimmen of klauteren
Het is verboden zonder daartoe gerechtigd te zijn te klimmen, klauteren of zich toegang te verschaffen tot of over gebouwen, voertuigen, terreinen, hekken, muren of andere objecten.
Overtreding van dit artikel wordt aangemerkt als een strafbaar feit en wordt bestraft met een geldboete van €2.965,-.
Indien het klimmen of klauteren plaatsvindt op een wijze die gevaar oplevert voor personen, goederen of de openbare orde, kan de opsporingsambtenaar direct ingrijpen en de overtreder aanhouden.
Artikel 29: Smaad en smaadschrift
Het is verboden opzettelijk iemands eer of goede naam aan te randen door het uiten van beschuldigingen, met het kennelijke doel daaraan ruchtbaarheid te geven.
Indien dit geschiedt door middel van geschriften, afbeeldingen, digitale berichten of andere vastgelegde uitingen die worden verspreid of openbaar gemaakt, is sprake van smaadschrift.
Overtreding van dit artikel wordt aangemerkt als een strafbaar feit en wordt bestraft met een geldboete van €4.865,-.
Artikel 30: Verlating van hulpbehoevenden
Het is verboden een persoon die zichtbaar of kenbaar hulpbehoevend is, in een gevaarlijke of levensbedreigende situatie achter te laten, terwijl men redelijkerwijs hulp had kunnen of moeten verlenen.
Onder verlating van een hulpbehoevende wordt mede verstaan:
- het weigeren mee te werken aan een medisch scenario na een verkeersongeval of ander incident;
- het niet opvolgen van aanwijzingen van medische hulpdiensten ter beoordeling of behandeling van letsel;
- het verlaten van de plaats van een ongeval waarbij letsel of mogelijk letsel is ontstaan, zonder dat hulp is verleend of hulpdiensten zijn ingeschakeld.
Overtreding van dit artikel wordt aangemerkt als een strafbaar feit en wordt bestraft met een geldboete van €8.000,-.
Indien de overtreder zich aan de situatie onttrekt door weg te rijden, kan de sanctie tevens worden opgelegd op kenteken van het betrokken voertuig.
Opiumwet
Artikel 1 – Harddrugs
1.1. Hij die cocaïne, methamfetamine (meth) en/of XTC:
- vergaart;
- in bezit heeft;
- vervoert;
- verkoopt, verstrekt of aflevert;
- produceert, bereidt, bewerkt of verwerkt;
maakt zich schuldig aan een strafbaar feit.
1.2. Het in lid 1.1 bepaalde is tevens van toepassing op mengsels, preparaten en stoffen waarin deze middelen geheel of gedeeltelijk aanwezig zijn.
1.3. De strafbepaling geschiedt op grond van de totale hoeveelheid die wordt aangetroffen, ongeacht of deze verspreid is over meerdere personen of locaties.
1.4. Indien sprake is van gezamenlijk handelen, wordt de aangetroffen hoeveelheid per persoon opgeteld ten laste gelegd.
1.5. Indien samenwerking niet aannemelijk kan worden gemaakt, wordt de strafbepaling niet cumulatief toegepast.
| Hoeveelheid | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| 1 - 5 eenheden | 20 uur | €5.000,- | |
| 6 - 25 eenheden | 40 uur | 12 maanden | €7.500,- |
| 26 - 100 eenheden | 50 uur | 24 maanden | €10.000,- |
| 101 - 500 eenheden | 48 maanden | €20.000,- | |
| 501+ eenheden | 72 maanden | €35.000,- |
Artikel 2 – Softdrugs
2.1. Hij die wiet:
- vergaart;
- in bezit heeft;
- vervoert;
- verkoopt, verstrekt of aflevert;
- teelt, produceert, bereidt of verwerkt;
maakt zich schuldig aan een strafbaar feit.
2.2. De strafbepaling geschiedt op basis van de totale aangetroffen hoeveelheid.
2.3. Het aantreffen van meerdere hoeveelheden op verschillende locaties kan worden aangemerkt als één geheel, indien aannemelijk is dat deze aan dezelfde persoon of groep toebehoren.
| Hoeveelheid | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| 1 - 5 eenheden | 10 uur | €2.000,- | |
| 6 - 25 eenheden | 25 uur | €3.500,- | |
| 26 - 100 eenheden | 40 uur | 12 maanden | €5.000,- |
| 101 - 500 eenheden | 24 maanden | €10.000,- | |
| 501+ eenheden | 36 maanden | €25.000,- |
Artikel 3 – Grondstoffen en hulpmiddelen
3.1. Hij die stoffen, chemicaliën of goederen voorhanden heeft, vervoert, opslaat of verhandelt, terwijl redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze bestemd zijn voor de productie, bewerking of versnijding van drugs, maakt zich schuldig aan een strafbaar feit.
3.2. Onder deze stoffen en goederen worden mede verstaan:
- aceton;
- benzocaïne (benzoquine);
- alsmede overige stoffen en hulpmiddelen die naar aard, hoeveelheid of combinatie geschikt zijn voor de vervaardiging van drugs.
3.3. Strafbepaling geschiedt op basis van:
- aantallen en hoeveelheden;
- combinatie met eindproducten;
- omstandigheden waaronder deze zijn aangetroffen.
| Hoeveelheid | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| 1 - 5 eenheden | 10 uur | €2.000,- | |
| 6 - 25 eenheden | 25 uur | €3.500,- | |
| 26 - 100 eenheden | 40 uur | 12 maanden | €5.000,- |
| 101 - 500 eenheden | 24 maanden | €10.000,- | |
| 501+ eenheden | 36 maanden | €25.000,- |
Artikel 4 – Productie van drugs
4.1. Hij die zich schuldig maakt aan het produceren, bereiden, bewerken of verwerken van harddrugs en/of softdrugs, maakt zich schuldig aan een strafbaar feit.
4.2. Het aantreffen van productielocaties, laboratoria, kweekruimtes of productiemiddelen wordt aangemerkt als een verzwarende omstandigheid.
4.3. De omvang van de productie wordt getoetst door een HovJ of recherche mits aanwezig.
| Omvang | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Klein | 48 maanden | €15.000,- | |
| Middel | 72 maanden | €25.000,- | |
| Groot | 120 maanden | €50.000,- |
Artikel 5 – Handel in drugs
5.1. Hij die drugs verkoopt, aanbiedt, verstrekt of aflevert, maakt zich schuldig aan een strafbaar feit.
5.2. Indien de hoeveelheid de gebruikershoeveelheid overschrijdt, volgt strafverzwaring.
5.3. Bij grootschalige handel of combinatie van meerdere soorten drugs kan een gevangenisstraf worden opgelegd.
| Hoeveelheid | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| 1 - 5 eenheden | 40 uur | 18 maanden | €7.500,- |
| 6 - 50 eenheden | 36 maanden | €12.500,- | |
| 51 - 250 eenheden | 60 maanden | €20.000,- | |
| 251+ eenheden | 96 maanden | €40.000,- |
Artikel 6 – Witwassen
6.1. Hij die geldbedragen, goederen of vermogensbestanddelen verwerft, voorhanden heeft, omzet, overdraagt of gebruikt, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze afkomstig zijn uit drugshandel of een ander misdrijf, maakt zich schuldig aan witwassen.
6.2. Geldbedragen worden voor strafbepaling administratief afgerond op duizenden. Indien de criminele herkomst van aangetroffen contanten niet direct kan worden vastgesteld, doch sprake is van een geldbedrag als bedoeld in Artikel 25 van wetboek van strafrecht, wordt gehandeld overeenkomstig de procedure en strafbepaling zoals neergelegd in dat artikel.
Artikel 7 – Strafmaat
Bij recidive wordt een zwaardere straf opgelegd.
Artikel 8 – Inbeslagname
8.1. Drugs, grondstoffen, hulpmiddelen, geldbedragen en overige goederen die verband houden met overtreding van deze titel kunnen in beslag worden genomen.
8.2. Deze goederen kunnen onttrokken worden aan het verkeer.
Wet Wapens en Munitie
De Wet Wapens en Munitie stelt regels inzake het vervaardigen, vervoeren, voorhanden hebben, het dragen van wapens en munitie.
Artikel 1 WWM: Wapen Categorieën
De wapens zijn ingedeeld in categorieën die verschillen in sancties. Alle wapens die niet benoemd worden in onderstaande categorieën vallen onder categorie 4, tenzij de Minister van Justitie en Veiligheid daar anders over oordeelt.
Artikel 1.1 WWM: Slag-, stoot- en steekwapens categorie 0
Dit zijn objecten die niet illegaal zijn, tenzij er criminele activiteiten meegedaan worden. Lijst categorie 0 voorwerpen:
- Knuppel
- Golfclub
- Hamer
- Wrench
- Crowbar
| Categorie 0 | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 35 uur | €12.500,- | |
| Tweede veroordeling | 45 uur | €12.500,- | |
| Meerdere veroordelingen | 15 maanden | €12.500,- |
Artikel 1.2 WWM: Slag-, stoot- en steekwapens categorie 1
Dit zijn wapens die te allen tijde verboden zijn om te bezitten.
Lijst categorie 1 wapens:
- Boksbeugel
- Katana
- Wapenstok
- Switchblade
- Machete
| Categorie 1 | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 35 uur | 15 maanden | €12.500,- |
| Tweede veroordeling | 55 uur | 20 maanden | €12.500,- |
| Meerdere veroordelingen | 25 maanden | €12.500,- |
Artikel 1.3 WWM: Handvuurwapens categorie 2
Alle vuurwapens zijn illegaal binnen ZuiderVeen.
Lijst categorie 2:
- Taser
- 9mm Service Pistol
- Service Pistol
- Baretta
- Compact Service Pistol
| Categorie 2 | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 30 maanden | €17.500,- | |
| Tweede veroordeling | 35 maanden | €17.500,- | |
| Meerdere veroordelingen | 40 maanden | €17.500,- |
Artikel 1.4 WWM: Lichte automatische wapens en hoog kaliber bewapening categorie 3
Lijst categorie 3 vuurwapens:
- .50 Pistol
- Scorpion
- Micro SMG
- Tactical SMG
- SMG
| Categorie 3 | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 40 maanden | €22.500,- | |
| Tweede veroordeling | 45 maanden | €22.500,- | |
| Meerdere veroordelingen | 50 maanden | €22.500,- |
Artikel 1.5 WWM: Automatische vuurwapens, shotguns en explosieven etc. categorie 4
Lijst categorie 4 vuurwapens:
- Sawn Off Shotgun
- Assault SMG
- Compact Rifle
- Police Carbine
- Sniper rifle
- Assault Rifle
- Assault Rifle MK2
- Classic Assault Rifle
- Explosieven, granaten, thermiet, etc., aangeduid als categorie 4.
| Categorie 4 | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste Veroordeling | 50 maanden | €27.500,- | |
| Tweede Veroordeling | 60 maanden | €27.500,- | |
| Meerdere Veroordelingen | 70 maanden | €27.500,- |
Artikel 2 WWM: Ontheffing voor politie
Politie heeft volledige ontheffing voor de Wet Wapens en Munitie voor zover dit redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak. Hier valt onder het bezit van een dienstpistool of automatisch dienstwapen, stroomstootwapen, uitschuifbare wapenstok en in beslag genomen wapens voor zover deze verplaatst of vervoerd worden van een plaats delict naar een beslagkamer.
Artikel 3 WWM: Overheidswapens
Het is verboden een wapen dat bestemd is voor gebruik door overheidsdiensten voorhanden te hebben, over te dragen of te vervoeren, tenzij hiervoor een ontheffing is vanuit een OvJ.
Indien dit strafbare feit gepleegd wordt zal het bestraft worden met een straf gelijk aan de categorie in de wet wapens en munitie.
Hier vallen de volgende wapens onder:
- categorie 1: uitschuifbare wapenstok
- categorie 2: Service Pistol, 9mm Service Pistol, Taser (Stroomstootwapen)
- categorie 3: Police Carbine, SMG, langeafstands geweer (sniper).
Artikel 4 WWM: Verboden wapenbezit
Het is verboden een wapen van categorie 0, 1, 2, 3, 4 of een ander voorwerp dat voor bedreiging / afdreiging geschikt is voorhanden te hebben, over te dragen of te vervoeren.
Indien een wapen dat valt onder een verboden wapen door een opsporingsambtenaar aangetroffen wordt zal dit voorwerp in beslag genomen worden ter vernietiging.
Voor straffen per categorie, zie artikel 1 WWM.
Artikel 4a WWM: Hulpstukken vuurwapen
Het is verboden hulpstukken die specifiek bestemd zijn voor vuurwapens voorhanden te hebben, bij zich te dragen of te vervoeren.
Dit wordt bestraft met een geldboete van €10.000,- en een gevangenisstraf van 15 maanden per hulpstuk.
| Aantal | Celstraf | Boete |
|---|---|---|
| Per stuk | 15 maanden | €10.000,- |
Bedoelde hulpstukken:
- Flashlight (gemaakt voor op vuurwapen)
- Extended clip
- Silencer
- Scope
Artikel 4b WWM: Munitiebezit
Het is strafbaar voor een ieder om munitie in bezit te hebben.
Indien munitie door een opsporingsambtenaar aangetroffen wordt zal dit voorwerp in beslag genomen worden ter vernietiging.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen munitie in categorie 1 & 2.
- Munitie voor handvuurwapens (9mm) wordt gecategoriseerd als CAT1 munitie.
- Munitie voor automatische wapens met een hoger kaliber dan 9mm en shotgun munitie, zal worden gecategoriseerd als CAT2 munitie.
Categorie 1 Munitie:
| Aantal | Celstraf | Boete |
|---|---|---|
| 0 - 50 | 15 maanden | €3.400,- |
| 51 - 100 | 21 maanden | €4.750,- |
| 101 + | 28 maanden | €5.500,- |
Categorie 2 Munitie:
| Aantal | Celstraf | Boete |
|---|---|---|
| 0 - 50 | 21 maanden | €6.800,- |
| 51 - 100 | 37 maanden | €8.500,- |
| 101 + | 49 maanden | €11.000,- |
Artikel 4c WWM: Nepwapens, holsters of replica’s
Een persoon is strafbaar als hij een holster draagt, met hierin een wapen dat van dichtbij of op enige afstand niet van echt te onderscheiden is. Het los dragen van een holster voor zo’n dergelijk wapen is ook niet toegestaan.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste Veroordeling | 20 uur | €5.000,- | |
| Tweede Veroordeling | 45 uur | 15 maanden | €7.500,- |
| Meerdere veroordelingen | 20 maanden | €10.000,- |
Wet Veiligheidsfouillering (WVF)
De Wet Veiligheidsfouillering stelt regels inzake het onderzoeken van personen en het voorkomen van gevaar voor de openbare orde en veiligheid.
Artikel 1 WVF: Bevoegdheid veiligheidsfouillering
Een politieambtenaar is bevoegd een persoon aan een veiligheidsfouillering te onderwerpen indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde, de veiligheid van personen of de veiligheid van de politieambtenaar.
Artikel 2 WVF: Gronden voor veiligheidsfouillering
Een veiligheidsfouillering kan worden toegepast indien sprake is van omstandigheden die kunnen duiden op het bij zich dragen van wapens, munitie of andere voor bedreiging of geweld geschikte voorwerpen.
De bevoegdheid tot veiligheidsfouillering bestaat tevens indien een andere wet hierin expliciet voorziet.
Artikel 3 WVF: Uitvoering veiligheidsfouillering
De veiligheidsfouillering bestaat uit het controleren van kleding en het onderzoeken van door de persoon meegevoerde voorwerpen.
De fouillering mag niet verder gaan dan noodzakelijk is om vast te stellen of sprake is van gevaar voor de openbare orde of veiligheid.
Artikel 4 WVF: Aantreffen strafbare voorwerpen
Indien tijdens een veiligheidsfouillering een strafbaar voorwerp wordt aangetroffen, is de politieambtenaar bevoegd dit voorwerp in beslag te nemen en verdere maatregelen te treffen overeenkomstig de geldende wetgeving.
Artikel 5 WVF: Kogelwerend vest
Het dragen van een kogelwerend vest is verboden.
Overtreding van dit artikel wordt bestraft met een geldboete van €4.650,-.
Indien de betrokkene weigert het kogelwerend vest af te doen, is de politieambtenaar bevoegd dit voorwerp in beslag te nemen teneinde de overtreding te doen ophouden.
Het dragen van een kogelwerend vest geeft een politieambtenaar de bevoegdheid tot veiligheidsfouillering als bedoeld in deze wet.
Artikel 6 WVF: Gezichtsbedekkende kleding
Het dragen van gezichtsbedekkende kleding in het openbaar is verboden.
Overtreding van dit artikel wordt bestraft met een geldboete van €4.650,-.
Indien de betrokkene weigert de gezichtsbedekkende kleding af te doen, is de politieambtenaar bevoegd dit voorwerp in beslag te nemen teneinde de overtreding te doen ophouden.
Het dragen van gezichtsbedekkende kleding geeft een politieambtenaar de bevoegdheid tot veiligheidsfouillering als bedoeld in deze wet.
Artikel 7 WVF: Dragen van een motorhelm
Het dragen van een motorhelm is uitsluitend toegestaan en verplicht tijdens het besturen van een motorvoertuig waarvoor het dragen van een helm wettelijk is voorgeschreven.
Indien een motorhelm wordt gedragen terwijl geen motorvoertuig wordt bestuurd, geeft dit een politieambtenaar de bevoegdheid tot veiligheidsfouillering als bedoeld in deze wet.
Artikel 8 WVF: Weigering
Indien een persoon weigert mee te werken aan een rechtmatig bevolen veiligheidsfouillering, kan deze persoon worden aangehouden wegens het belemmeren van de uitoefening van de politietaak.
Artikel 9 WVF: Zorgvuldigheid
Een veiligheidsfouillering wordt uitsluitend toegepast indien dit noodzakelijk is en dient proportioneel en zorgvuldig te worden uitgevoerd.
Wegenverkeerswet
Artikel 1: gevaar en hinder op de weg veroorzaken (artikel 5 WVW 1994)
Het is een ieder (ook voetgangers) verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.
Artikel 2: opzettelijk zeer gevaarlijk gedrag op de weg veroorzaken (artikel 5a WVW 1994)
Het is een ieder verboden opzettelijk zich zodanig in het verkeer te gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander kan ontstaan. Als zodanige verkeersgedragingen kunnen worden aangemerkt:
- Onvoldoende rechts houden op onoverzichtelijke plaatsen;
- Gevaarlijk inhalen;
- Over een vluchtstrook rijden waar dit niet is toegestaan;
- Inhalen voor of op een oversteekplaats;
- Niet verlenen van voorrang;
- Overschrijding van de vastgestelde maximumsnelheid met meer dan 50 km/u;
- Zeer dicht achter een ander voertuig rijden;
- Door rood licht rijden;
- Tegen de verkeersrichting inrijden;
- Tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden;
- Niet opvolgen van verkeerstekens van politie;
- Overtreden van andere verkeersregels van soortgelijk belang als die van hierboven.
Een persoon is ook strafbaar als hij een voorrangsvoertuig (zoals politie, ambulance of brandweer) hindert tijdens een spoedrit, geen voorrang verleent, of bewust achter het voertuig aan rijdt om mee te liften of een achtervolging te veroorzaken.
Ook het niet direct ruimte maken bij optische en geluidssignalen valt hieronder.
Let op! Dit artikel is in ZuiderVeen enkel van toepassing als meer dan drie van de bovengenoemde verkeersgedragingen geconstateerd zijn in combinatie met de beschrijving van het strafbaar feit.
| Aantal keer | Taakstraf | Boete | Rijontzegging |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 45 uur | €5.000,- | 24-48 uur |
| Tweede veroordeling | 75 uur | €7.500,- | 48-72 uur |
| Meerdere veroordelingen | 100 uur | €10.250,- | 48-72 uur |
Artikel 2a: Veroorzaken ongeval met (zwaar) letsel (door schuld) (artikel 6 WVW 1994)
Het is een ieder die aan het verkeer deelneemt verboden zich zodanig te gedragen dat door zijn schuld een verkeersongeval plaatsvindt, waardoor een ander wordt gedood, zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht, of zodanig lichamelijk letsel ontstaat dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden voortvloeit. Hij die opzettelijk op een ander inrijdt met het doel de persoon aan te rijden en letsel of erger toe te brengen wordt gestraft met poging doodslag of indien de persoon overleden is doodslag.
| Aantal keer | Taakstraf | Boete | Rijontzegging |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 25 uur | €9.000,- | 0-24 uur |
| Tweede veroordeling | 45 uur | €11.000,- | 0-24 uur |
| Meerdere veroordelingen | 75 uur | €12.000,- | 24-36 uur |
Artikel 2b: Veroorzaken ongeval, met al dan niet licht lichamelijk letsel tot gevolg (artikel 6 WVW)
Schuldig is degene die een verkeersongeval veroorzaakt, waarbij een derde al dan niet licht lichamelijk letsel oploopt, als gevolg van gevaarlijk of hinderlijk gedrag tijdens deelname aan het verkeer.
Onder licht lichamelijk letsel wordt verstaan: letsel dat ter plaatse kan worden behandeld, zonder dat ziekenhuisopname noodzakelijk is.
Op basis van de beoordeling van de dienstdoende agent kan tevens worden overgegaan tot invordering van het rijbewijs.
| Aantal keer | Taakstraf | Boete | Rijontzegging |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 15 uur | €4.000,- | 0-24 uur |
| Tweede veroordeling | 20 uur | €6.000,- | 0-24 uur |
| Meerdere veroordelingen | 28 uur | €8.000,- | 24-36 uur |
Artikel 3: Verlaten Plaats Ongeval (artikel 7 WVW 1994)
3.1. Het is degene die bij een verkeersongeval is betrokken of door wiens gedraging een verkeersongeval is veroorzaakt, verboden de plaats van het ongeval te verlaten indien:
- de veroorzaker weet of kan redelijkerwijs aannemen dat de ander gedood is dan wel letsel aan een ander is toegebracht.
- bij dat ongeval, naar zijn weet of redelijkerwijs moet vermoeden, schade aan een ander is toegebracht;
- de persoon redelijkerwijs moet kunnen vermoeden, dat de ander aan wie letsel is toegebracht, in hulpeloze toestand wordt achtergelaten.
3.2. Indien de schuldige behoorlijk de ruimte en mogelijkheid heeft gegeven tot vaststelling van zijn identiteit en de identiteit van het motorrijtuig mag hij de plaats van ongeval verlaten. Dit geldt niet indien het slachtoffer in een hulpeloze toestand verkeert.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 15 uur | €15.000,- | |
| Tweede veroordeling | 13 maanden | €17.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 25 maanden | €19.000,- |
Artikel 4: Rijden onder invloed (artikel 8 WVW 1994)
Hij die onder invloed van alcohol of verdovende middelen (drugs) deelneemt aan het verkeer zal bestraft worden met een geldboete en het invorderen van zijn/haar rijbewijs, na het volgen van een theorie- en praktijkexamen bij het CBR krijgt betrokkene de rijbevoegdheid terug.
| Aantal keer | Taakstraf | Boete | Rijontzegging |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 uur | €5.000,- | 0-24 uur |
| Tweede veroordeling | 30 uur | €6.000,- | 0-24 uur |
| Meerdere veroordelingen | 40 uur | €7.000,- | 0-24 uur |
Artikel 5: Rijden zonder rijbewijs of met een ingevorderd rijbewijs (artikel 9 WVW 1994)
Het is degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat zijn rijbewijs is ingevorderd / ongeldig is verklaard, verboden om deel te nemen aan het verkeer.
Wanneer er een rijontzegging is opgelegd en dus de bevoegdheid om een voertuig te besturen, geldt dit voor alle categorieën van dat rijbewijs. Het is verboden een motorrijtuig te besturen, waarvoor een rijbewijs nodig is, zonder een rijbewijs te hebben.
Tevens is het rijden zonder het rijbewijs ooit behaald te hebben ook strafbaar. Hiervoor geldt een andere strafmaat, zie onderstaande tabel.
Categorieën rijbewijzen:
- AM: Bromfiets
- A1: Motor
- B: Auto / bestelbus
- C: Vrachtwagen
| Rijden zonder rijbewijs, nooit behaald | Taakstraf | Boete |
|---|---|---|
| Elke veroordeling | 20 uur | €4.000,- |
| Rijden met ingevorderd rijbewijs | Taakstraf | Boete | Rijontzegging |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 uur | €6.000,- | 0-24 uur |
| Tweede veroordeling | 25 uur | €7.000,- | 0-24 uur |
| Meerdere veroordelingen | 30 uur | €8.000,- | 0-24 uur |
Artikel 6: Straatracen (artikel 10 WVW 1994)
- Het is verboden op de weg een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen.
- Onder wedstrijd wordt verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties van deelnemers, voertuigen of onderdelen.
- Als deelnemer wordt beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmee wordt deelgenomen en de eigenaar die een voertuig laat deelnemen.
- Voor strafeis, zie Artikel 2: Artikel 5a WVW
Artikel 7: Joyriding (artikel 11 WVW 1994)
Het is verboden opzettelijk en recht of toestemming van de eigenaar een motorrijtuig van een ander op de weg te gebruiken.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Elke veroordeling | 15 uur | €5.500,- |
Artikel 8: Negeren stopteken (artikel 12 WVW 1994)
Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de aanwijzingen (stop-, volgteken en aanwijzingen mondeling of met gebaren) die door de politie ter zake van het verkeer op de weg worden gegeven. Hiervoor hoeft maar één vordering gegeven te worden. Dit kan via:
- Het negeren stopteken dat gegeven is door middel van het voertuig van de ambtenaar (stopbord of combinatie lichtbalk met versneller).
- Het negeren mondeling stopteken gericht op de burger, zowel in een voertuig als ter voet.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 uur | €6.000,- | |
| Tweede veroordeling | 40 uur | €6.000,- | |
| Meerdere veroordelingen | 50 uur | 30 maanden | €6.000,- |
Artikel 9: Maximumsnelheid
In de binnenstad en N-wegen geldt de volgende maximumsnelheid: 80 km/u. Op de snelweg geldt de maximumsnelheid: 130 km/u.
Snelheden kunnen door de politie tijdelijk worden aangepast d.m.v. een bericht op Twitter, of een soortgelijke manier.
Hij die harder gaat met zijn gemotoriseerde voertuig dan in de wet is opgenomen en/of aangegeven staat, maakt zich schuldig aan een snelheidsovertreding wat bestraft wordt met een snelheidsboete, invordering van rijbewijs en/of inbeslagname van een motorrijtuig. Een rijbewijs mag ingevorderd worden vanaf 50 km/h boven de toegestane snelheidslimiet. Een voertuig mag ingenomen worden met een 100% overschrijding van de snelheidslimiet, zie; artikel 9: inbeslagname.
Snelheden mogen door de politie worden gecontroleerd met de volgende methodes:
- Flitspalen en mobiele flitsers
- Radarsysteem aan boord van het voertuig
- Een gemiddelde snelheid constateren door het voertuig te volgen met een meting.
| KM per uur | Boete |
|---|---|
| 1 - 10 KM/u | €100,- |
| 11 - 20 km/u | €500,- |
| 21 - 30 km/u | €1.000,- |
| 31 - 40 km/u | €2.000,- |
| 41 - 50 km/u | €3.000,- |
| 51 - 60 km/u | €4.000,- |
| 61 - 70 km/u | €5.000,- |
| 71 - 80 km/u | €6.000,- |
| 81 - 90 km/u | €7.000,- |
| 91 - 100 km/u | €8.000,- |
| 101 - 125 km/u | €10.000,- |
| 126 - 150 km/u | €12.500,- |
| > 151 km/u | €15.000,- |
Artikel 10: Parkeergedragingen
Parkeren is “het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen”.
Bij het niet vinden van de rechtmatige eigenaar welke in de straal is van 20 meter, kan de ambtenaar het voertuig laten slepen door de ANWB of zelf het voertuig innemen. Ook mag hier een sanctie in de vorm van een proces-verbaal worden opgemaakt tegen de eigenaar of als bekend, de bestuurder van het voertuig.
De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:
- Bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan.
- Voor een in- en uitrit.
- Naast een ander geparkeerd voertuig, dat in vakken staat. Dit wordt gezien als dubbel parkeren.
- Op de rijbaan / weg.
- Op het trottoir.
- Bij een rode streep die zichtbaar is aan de rand van een stoep.
- Op de vluchtstrook/vluchthaven zonder enige vorm van nood/gevaar voor de inzittenden of het voertuig.
- Zodanig dat het voertuig hinder veroorzaakt voor andere weggebruikers.
De bestuurder mag zijn voertuig wel parkeren:
- Op de daarvoor bestemde parkeervakken.
- In de aangegeven parkeergarages.
- Op de vluchtstrook indien het voertuig niet in staat is verder te rijden en je staat te wachten op de ANWB of bij een andere calamiteit.
| Strafbaar feit | Boete |
|---|---|
| Fout parkeren | €2.950,- |
Artikel 11: Voertuig niet rijvaardig (APK)
Bij een niet-geldige APK (Algemene Periodieke Keuring) is het verboden om met het gemotoriseerde voertuig te rijden. Het voertuig dient bij de ANWB gekeurd te zijn. Hiervoor gelden de regels dat uw voertuig:
- Voldoende zicht moet hebben, geblindeerde voor- en zijruiten zijn niet toegestaan.
- Geen meertonige claxon (toeter), dus alleen de normale tweetonige claxon
- Uw voertuig moet een kenteken bevatten (indien mogelijk).
- Koplampen en achterlichten mogen niet donker zijn.
- Niet-ingebouwde neonverlichting is niet toegestaan.
- Geen gekleurde rook bij slippende banden.
Een uitzondering om wél te rijden in een voertuig zonder APK/met WOK-status is als de opsporingsambtenaar toestemming geeft om rechtstreeks (de snelste route) te rijden naar de ANWB en het voertuig daar te laten keuren of in de garage te plaatsen.
| APK Verlopen | |
|---|---|
| Strafbaar feit | Boete |
| APK verlopen | €5.500,- |
Artikel 12: WOK-status
Een WOK (Wachten Op Keuren) melding wordt uitgegeven door de opsporingsambtenaar die geconstateerd heeft dat een voertuig niet voldoet aan de wettelijke normen en daarmee een gevaar kan zijn voor zichzelf en anderen op de openbare wegen.
Een WOK-status wordt gegeven wanneer:
- Het voertuig voldoet niet aan de eisen genoemd in artikel 31.
- Door een opsporingsambtenaar geconstateerd wordt dat de APK verlopen is.
Besturen van een voertuig met een WOK-status
| Besturen van een voertuig met een WOK-status | |||
|---|---|---|---|
| Aantal keer | Taakstraf | Boete | Inbeslagname voertuig |
| Eerste staandehouding | €7.500,- | Ja | |
| Tweede staandehouding | €10.000,- | Ja | |
| Meerdere staandehoudingen | 30 uur | €12.500,- | Ja |
Artikel 13: Verkeersboetes
Aan alle verkeersovertredingen die de bestuurder begaat zal een boete opstaan en/of eventuele taakstraf.
| Overtreding | Boete | WOK |
|---|---|---|
| Maken van een u-turn waar dit niet is toegestaan | €2.200,- | |
| Onnodig claxoneren | €2.800,- | |
| Over een doorgetrokken streep rijden | €2.500,- | |
| Spookrijden | €3.800,- | |
| Stilstaan waar dit niet is toegestaan | €3.500,- | |
| Voertuig parkeren voor een niet daarvoor bestemde plek | €2.950,- | |
| Onnodig links rijden | €1.800,- | |
| Het niet voeren van juiste verlichting | €2.900,- | |
| Doorrijden bij een stopbord | €1.800,- | |
| Verkeerd voorsorteren | €1.800,- | |
| Door rood rijden | €2.750,- | |
| Offroad rijden met een niet daarvoor bestemd voertuig | €4.500,- | |
| Rijden met geblindeerde ramen | €7.500,- | Ja |
| Rijden met ondeugdelijke verlichting (kleuren anders dan wit, geel of lichtblauw) | €4.250,- | Ja |
| Rijden met een meertonige claxon | €3.800,- | Ja |
| Rijden zonder kentekenplaat | €10.000,- | Ja |
| Verlichting (NEON) onder het voertuig | €2.500,- | Ja |
Wet Transport & logistiek
Artikel 1: Transport over zee
Het is verboden voor een ieder om deel te nemen aan het waterverkeer zonder een geldig vaarbewijs.
| Strafbaar feit | Boete |
|---|---|
| Varen zonder vaarbewijs | €6.000,- |
| Rijden met ingevorderd vaarbewijs | €10.000,- |
Artikel 2: Transport in de lucht
Het is verboden voor een ieder om deel te nemen aan het luchtverkeer zonder een geldig vliegbrevet. Opleggen en uitvoeren van een sanctie wordt gedaan door de Vliegschool.
Er wordt verwacht dat de houder van een vliegbrevet kennis heeft met betrekking tot regels in de luchtvaart.
De vaststelling en uitvoering van een sanctie wordt volledig gedelegeerd aan de vliegschool en de gemeente (staffteam).
Wet Penitentiaire Inrichtingen
In deze wet wordt omschreven welke regels vastgesteld zijn rondom de gevangenis en gevangenen/ingeslotenen in ZuiderVeen.
Begrippenlijst:
- Penitentiaire inrichting: gevangenis (afkorting; P.I.)
- Gevangenis: locatie op postcode 4.000
- Ingeslotene: een persoon die rechtmatig van zijn vrijheid is beroofd en tegen zijn wil in een politiecel of penitentiaire inrichting opgehouden wordt om voorlopige hechtenis of onherroepelijke straf uit te zitten.
- Voorlopige hechtenis: tijd tussen aanhouding en veroordeling
- Onherroepelijke straf: tijd na veroordeling tot vrijlating
- Poging: proberen iets te doen en hierin onvrijwillig door een ander onderbroken te worden, waardoor het onmogelijk is dit af te maken.
- Vrijwillige terugtreding: voordat het volledige strafbare feit gepleegd is, besluiten om het toch niet af te maken en terug te trekken. Echter, zodra het strafbare feit volledig gepleegd is, kan een burger niet besluiten terug te trekken. Het feit is dan gepleegd en strafbaar.
- Wederrechtelijk: zonder recht of toestemming van een hiertoe bevoegd persoon.
Artikel 1: Uitbraak uit Penitentiaire inrichting / politiebureau
Hij die zich zelfstandig of door hulp van derden wederrechtelijk onttrekt aan zijn insluiting in een P.I. of politiebureau maakt zich schuldig aan een succesvolle uitbraak. Hiervoor is het nodig voor de verdachte om het justitieel complex volledig te hebben verlaten.
Artikel 2: Poging uitbraak uit Penitentiaire inrichting / politiebureau
Hij die zich zelfstandig of door hulp van derden wederrechtelijk probeert te onttrekken aan zijn insluiting in een Penitentiaire Inrichting of politiebureau maakt zich schuldig aan een poging tot uitbraak. Hiervoor is het niet nodig voor de verdachte om het terrein te verlaten.
Artikel 3: Medeplichtig succesvolle uitbraak
Hij die opzettelijk assistentie of inlichtingen verschaft en zo een succesvolle uitbraak helpt mogelijk te maken maakt zich schuldig als medeplichtige aan een succesvolle uitbraak.
Artikel 4: Medeplichtig onsuccesvolle uitbraak
Hij die opzettelijk assistentie of inlichtingen verschaft en zo gepoogd heeft een uitbraak mogelijk te maken maakt zich schuldig aan medeplichtigheid aan een onsuccesvolle uitbraak.
| Strafbaar feit | Celstraf | Boete |
|---|---|---|
| Artikel 1: Uitbraak | 120 maanden | €27.500,- |
| Artikel 2: Onsuccesvolle uitbraak | 60 maanden | €22.500,- |
| Artikel 3: Medeplichtig succesvolle uitbraak | 90 maanden | €17.500,- |
| Artikel 4: Medeplichtig poging uitbraak | 60 maanden | €15.000,- |
Artikel 5: Gedragsmaatregel in de Penitentiaire inrichting
Indien een ingeslotene de rust en orde in de gevangenis verstoort, kan deze, indien noodzakelijk onder dwang, naar een isolatiecel verplaatst worden. Een ingeslotene mag ook in een isolatiecel geplaatst worden indien het vooraf bekend is dat er een zeer hoge uitbraak, dreiging of gevaarzetting is, dit is ter voorkoming van een uitbraak en wanordelijkheden.
Artikel 6: Transportboeien gebruik bij ingeslotene
Een persoon die rechtmatig van zijn vrijheid is beroofd mag niet ingesloten worden in een politiecel of P.I. met aangelegde handboeien.
Ten behoeve van het vervoer of een verplaatsing van een ingeslotene mogen de transportboeien gebruikt worden. Dit mag slechts als er risico op vluchtgevaar of gevaar voor de veiligheid van personen bestaat.
Een persoon die weigert mee te werken tijdens de insluiting door ambtenaren te hinderen tijdens hun functie, mag tot de veroordeling van de verdachte, deze in transportboeien laten staan voor eigen veiligheid van de ambtenaar.
Wet Douane & Grenscontrole
Artikel 1: Begripsbepalingen
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1.1. Douane controle: controle door de politie op personen, vervoermiddelen en goederen met als doel toezicht op (illegale) goederenstromen en naleving van wet- en regelgeving.
1.2. Douanetoezicht: het geheel aan bevoegdheden en handelingen die de politie verricht om douanecontrole mogelijk te maken.
1.3. Vervoermiddel: auto, motor, boot/vaartuig en luchtvaartuig.
1.4. Bestuurder/gezagvoerder: degene die feitelijk het vervoermiddel bestuurt of onder zijn leiding heeft.
1.5. Goederen: alle zaken/voorwerpen die vervoerd, opgeslagen, verhandeld of overgedragen kunnen worden.
1.6. Illegale goederen: goederen die verboden zijn, of waarvan herkomst/registratie/vergunning niet aantoonbaar is, of die in strijd met dit wetboek aanwezig zijn.
1.7. Redelijke afstand en tijd: beoordeling door de politie op basis van omstandigheden (locatie, verkeersveiligheid, stop mogelijkheden).
1.8. Douanegebied: aangewezen gebieden waar douane controle plaatsvindt.
1.9. Controle locatie: plaats waar politie feitelijk controle uitvoert (vast of mobiel).
Artikel 2: Douanegebied en grensgebied
2.1. Onder het grensgebied vallen de grensposten bij knooppunt C en S, plezierhaven, grote haven, kleine haven en luchthavens (aansluitend op Politiewet artikel 8).
2.2. Het grensgebied is altijd een douanegebied.
2.3. De politie kan daarnaast tijdelijke controle locaties aanwijzen als douanegebied, indien dit noodzakelijk is voor taakuitoefening.
2.4. Een controle locatie is voldoende kenbaar indien:
- politie zichtbaar aanwezig is (uniform/dienstvoertuig), én
- een stop- of controle bevel duidelijk wordt gegeven.
Artikel 3: Douane controle en toezicht
3.1. De politie is bevoegd om binnen een douanegebied personen, vervoermiddelen en goederen aan controle te onderwerpen.
3.2. Onder controle wordt mede verstaan:
- controle van identiteit en documenten;
- controle van goederen/lading;
- controle van compartimenten in vervoermiddelen;
- fouillering conform Politiewet en dit wetboek;
- inbeslagname van goederen conform artikel 13.
- De politie maakt van deze bevoegdheden uitsluitend gebruik voor zover redelijkerwijs noodzakelijk voor de uitvoering van de politietaak.
Artikel 4: Bevelen en vorderingen tijdens controle
4.1. De politie kan de bestuurder/gezagvoerder vorderen om:
- snelheid te minderen;
- te stoppen en stil te houden;
- te parkeren of zich te verplaatsen naar een aangewezen plek;
- bij vaartuigen: aan te leggen en de motor uit te zetten;
- bij luchtvaartuigen: te landen en de motor uit te zetten.
4.2. Aan deze vordering dient te worden voldaan.
4.3. Het niet opvolgen van een vordering kan leiden tot toepassing van:
- Artikel 21 Wetboek van Strafrecht (Niet voldoen aan bevel/vordering), en/of
- Artikel 8 van deze wet (Negeren/ontwijken douanecontrole), afhankelijk van omstandigheden.
Artikel 5: Douane fouillering (aanvulling op Politiewet art. 8)
5.1. Douane fouillering is toegestaan bij personen die:
- een douanegebied betreden of verlaten; en/of
- zich bevinden in of nabij een vervoermiddel dat wordt gecontroleerd.
5.2. Onder fouillering wordt verstaan:
- onderzoek aan de kleding;
- onderzoek van meegevoerde voorwerpen (tassen e.d.).
5.3. Fouillering geschiedt bij voorkeur op een besloten plaats.
5.4. Het verwijderen van onderkleding is niet toegestaan.
Artikel 6: Doorzoeken vervoermiddelen en goederen
6.1. De politie is bevoegd vervoermiddelen te doorzoeken binnen een douanegebied, indien dit noodzakelijk is voor controle op illegale goederen.
6.2. Doorzoeking kan betrekking hebben op:
- kofferbak, dashboardkastje, tassen, laadruimte;
- compartimenten en opbergplekken die redelijkerwijs toegankelijk zijn.
6.3. Indien schade nodig is om te doorzoeken, wordt dit alleen toegepast bij concrete verdenking van een zwaar strafbaar feit en (indien beschikbaar) in overleg met een HovJ.
Artikel 7: Controle bij havens, stranden en luchthavens (50 meter regel)
7.1. Indien een vaartuig of luchtvaartuig wordt aangetroffen op of nabij strand, kade, oever, havengebied of luchthaven, is de politie bevoegd om binnen een straal van 50 meter te controleren:
- het vervoermiddel;
- aanwezige personen;
- voertuigen in die straal.
7.2. Indien een persoon binnen de 50 meter straal aanwezig is en zijn/haar voertuig buiten deze straal staat, mag dit voertuig gecontroleerd worden indien het voertuig aantoonbaar bij die persoon hoort (eigendom/gebruik).
7.3. De politie gebruikt deze bevoegdheid uitsluitend indien noodzakelijk.
Artikel 8: Negeren of ontwijken van douanecontrole
8.1. Schuldig is een persoon die opzettelijk en wederrechtelijk een douane controle punt of controle locatie ontwijkt terwijl hij/zij redelijkerwijs daar gecontroleerd moet worden.
8.2. Schuldig is tevens een persoon die zich onttrekt aan staandehouding dan wel controle door de politie in een douanegebied.
8.3. Niet schuldig is een persoon die passeert terwijl de controle locatie niet bemenst is met dienstdoend personeel.
8.4. Niet schuldig is tevens een persoon die passeert zonder controle wanneer deze persoon niet tijdig en duidelijk tot stilstand wordt gemaand.
8.5. Niet schuldig is tevens een persoon die, gelet op lid 4, binnen redelijke afstand en tijd alsnog stopt om gecontroleerd te worden.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 uur | 10 maanden | €10.000,- |
| Tweede veroordeling | 30 uur | 15 maanden | €15.000,- |
| Meerdere veroordelingen | 40 uur | 20 maanden | €15.000,- |
Artikel 9: Illegale goederen
Illegale goederen betreffen in ieder geval:
- gestolen goederen of goederen zonder aantoonbare herkomst;
- verboden wapens, munitie of hulpstukken (WWM);
- verdovende middelen en productiemiddelen (Opiumwet);
- chemicaliën die niet volgens regelgeving worden vervoerd/opgeslagen;
- alcohol zonder geldige accijns registratie of afkomstig uit illegale productie;
- medicatie die niet via erkende kanalen is verkregen;
- dieren die in strijd met wet- of regelgeving worden vervoerd;
- goederen bestemd voor zware criminaliteit indien dit uit feiten/omstandigheden blijkt.
Artikel 10: Illegaal vervoer/bezit van goederen
10.1. Het is verboden om op enigerlei wijze illegale goederen te vervoeren, te bezitten, over te dragen of voorhanden te hebben.
10.2. Het is geen vereiste dat de vervoerder kennis had van de inhoud.
10.3. Indien opzet wél bewezen is, kan aanvullend zwaarder artikel worden toegepast (heling, witwassen, wapenbezit, drugsbezit).
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 30 uur | 6 maanden | €5.000,- |
| Tweede veroordeling | 50 uur | 10 maanden | €15.000,- |
| Meerdere veroordelingen | 60 uur | 15 maanden | €20.000,- |
Artikel 11: Verboden smokkel constructies
11.1. Het is verboden vervoermiddelen zodanig aan te passen of te gebruiken dat controle bewust wordt bemoeilijkt, waaronder:
- verborgen compartimenten;
- “stash”-constructies;
- afscherming/verberging van goederen met het doel ontdekking te voorkomen.
11.2. Dit artikel kan als strafverzwarend worden toegepast bij Artikel 10.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 25 uur | 6 maanden | €7.500,- |
| Tweede veroordeling | 40 uur | 10 maanden | €12.500,- |
| Meerdere veroordelingen | 50 uur | 14 maanden | €15.000,- |
Artikel 12: Valse verklaringen en documenten bij controle
13.1. Het is verboden tijdens douanecontrole:
- opzettelijk valse verklaringen te geven over herkomst/bestemming/eigendom;
- vervalste of misleidende documenten te tonen;
- documenten te weigeren te tonen indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is.
13.2. Dit artikel laat toepassing van Artikel 22 Wetboek van Strafrecht (valse aangifte) of andere fraude artikelen onverlet.
| Aantal keer | Taakstraf | Celstraf | Boete |
|---|---|---|---|
| Eerste veroordeling | 20 uur | 5 maanden | €5.000,- |
| Tweede veroordeling | 35 uur | 8 maanden | €10.000,- |
| Meerdere veroordelingen | 45 uur | 10 maanden | €12.500,- |
Artikel 13: Inbeslagname en afhandeling
13.1. Goederen zijn vatbaar voor inbeslagname indien:
- het verboden goederen betreft; en/of
- het goederen betreft die bewijs vormen; en/of
- er een redelijk vermoeden bestaat dat goederen van een misdrijf afkomstig zijn.
13.2. In beslag genomen goederen worden geregistreerd en verwerkt volgens interne richtlijnen.
13.3. Indien goederen legaal blijken en geen strafbaar feit resteert, worden goederen teruggegeven aan de rechthebbende.
Artikel 14: Gebiedsontzegging douanegebied
14.1. Bij herhaaldelijk overtreden van deze wet kan een gebiedsontzegging worden opgelegd voor douanegebieden.
| Aantal keer | gebiedsontzegging |
|---|---|
| Tweede constatering | Maximaal 24 uur |
| Meerdere constatering | Maximaal 72 uur |
14.2. Overtreding van een gebiedsontzegging kan aanvullend bestraft worden via openbare orde/verboden toegang bepalingen indien van toepassing.
Artikel 15: Samenloop met andere wetten
15.1. Indien feiten uit andere wetten blijken, kan de politie het meest passende artikel toepassen of cumuleren indien logisch (bijv. Artikel 10 + WWM/Opiumwet/Heling).
15.2. Deze wet is aanvullend op:
- Wetboek van Strafrecht;
- Opiumwet;
- Wet Wapens en Munitie;
- Wegenverkeerswet;
- Wet op de identificatieplicht;
- Politiewet binnen dit Wetboek ZuiderVeen